Annotatie bij Hof van Justitie van de EG 23 februari 2006 (Siemens/ VIPA) external link

IER, num: 3, pp: 165-167., 2007

Abstract

Een concurrerende leverancier die in zijn catalogi gebruikmaakt van het kernelement van een in vakkringen bekend onderscheidend kenmerk van een fabrikant, trekt in omstandigheden als die in het hoofdgeding geen oneerlijk voordeel uit de bekendheid van dit onderscheidend kenmerk. Het voordeel van de vergelijkende reclame voor de consumenten moet in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van het oneerlijk voordeel dat de adverteerder trekt uit de bekendheid van een merk, handelsnaam of andere onderscheidende kenmerken van een concurrent. In casu zouden de gebruikers, wanneer VIPA het kernelement van de bestelnummers van haar aanvullende componenten voor de besturingssystemen van Siemens veranderde, de bestelnummers van de overeenkomstige producten van Siemens in een vergelijkende lijst moeten opzoeken. Dat zou nadelen voor de consumenten en VIPA opleveren. Daarentegen kan het voordeel van de vergelijkende reclame voor de adverteerder, dat wegens de aard van dit soort reclame hoe dan ook evident is, op zich niet beslissend zijn bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het gedrag van deze adverteerder.

Bibtex

Case note{nokey, title = {Annotatie bij Hof van Justitie van de EG 23 februari 2006 (Siemens/ VIPA)}, author = {Kabel, J.}, url = {http://www.ivir.nl/publicaties/download/annotatie_ier_2006_3.pdf}, year = {0505}, date = {2007-05-05}, journal = {IER}, number = {3}, abstract = {Een concurrerende leverancier die in zijn catalogi gebruikmaakt van het kernelement van een in vakkringen bekend onderscheidend kenmerk van een fabrikant, trekt in omstandigheden als die in het hoofdgeding geen oneerlijk voordeel uit de bekendheid van dit onderscheidend kenmerk. Het voordeel van de vergelijkende reclame voor de consumenten moet in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van het oneerlijk voordeel dat de adverteerder trekt uit de bekendheid van een merk, handelsnaam of andere onderscheidende kenmerken van een concurrent. In casu zouden de gebruikers, wanneer VIPA het kernelement van de bestelnummers van haar aanvullende componenten voor de besturingssystemen van Siemens veranderde, de bestelnummers van de overeenkomstige producten van Siemens in een vergelijkende lijst moeten opzoeken. Dat zou nadelen voor de consumenten en VIPA opleveren. Daarentegen kan het voordeel van de vergelijkende reclame voor de adverteerder, dat wegens de aard van dit soort reclame hoe dan ook evident is, op zich niet beslissend zijn bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het gedrag van deze adverteerder.}, }

Annotatie bij Vzr. Rb. Arnhem 16 augustus 2006 ((KPN / UPC)) external link

IER, num: 5, pp: 281-285, 2007

Abstract

Gebruik van het merk van een ander in vergelijkende reclame vergt volgens deze uitspraak onderzoek naar noodzaak dat merk te noemen. Indien die noodzaak ontbreekt, is er geen sprake van een geldige reden in de zin van artikel 13a, lid 1 sub d. BNW en sprake van onrechtmatig gebruik van het merk in de zin van artikel 6:194a BW. Het simpele feit dat een adverteerder vergelijkende reclame maakt, is volgens annotator echter voldoende noodzaak om het merk van de concurrent te noemen. Afzonderlijk onderzoek naar de noodzaak is dan dus niet vereist. Een rechter die dat wel doet, zet de richtlijn op zijn kop. Dat betekent ook dat voor een afzonderlijk onderzoek naar het bestaan van een geldige reden in het merkenrecht in zaken van vergelijkende reclame geen plaats behoort te zijn.

Industriële eigendom, Merkenrecht

Bibtex

Case note{nokey, title = {Annotatie bij Vzr. Rb. Arnhem 16 augustus 2006 ((KPN / UPC))}, author = {Kabel, J.}, url = {http://www.ivir.nl/publicaties/download/annotatie_ier_2006_5.pdf}, year = {0525}, date = {2007-05-25}, journal = {IER}, number = {5}, abstract = {Gebruik van het merk van een ander in vergelijkende reclame vergt volgens deze uitspraak onderzoek naar noodzaak dat merk te noemen. Indien die noodzaak ontbreekt, is er geen sprake van een geldige reden in de zin van artikel 13a, lid 1 sub d. BNW en sprake van onrechtmatig gebruik van het merk in de zin van artikel 6:194a BW. Het simpele feit dat een adverteerder vergelijkende reclame maakt, is volgens annotator echter voldoende noodzaak om het merk van de concurrent te noemen. Afzonderlijk onderzoek naar de noodzaak is dan dus niet vereist. Een rechter die dat wel doet, zet de richtlijn op zijn kop. Dat betekent ook dat voor een afzonderlijk onderzoek naar het bestaan van een geldige reden in het merkenrecht in zaken van vergelijkende reclame geen plaats behoort te zijn.}, keywords = {Industriële eigendom, Merkenrecht}, }

Should the objectives of the rules on unfair competition be te protection of competitors, or consumers, or of other interests? How should any conflict between these objectives be resolved? external link

2007

Abstract

The European Directive 2005/29/EC on unfair commercial practices of May 11, 2005 regulates exclusively unfair commercial practices which are directly related to influencing a transactional decision of end-consumers and excludes all practices that are neither directed to end-consumers, nor directly influencing a transactional decision of consumers. Misleading advertising, for instance, is now judged on the basis of two different sets of regulation: the new Directive 2005/29/EC deals with "B2C"-advertising, while "B2B"-advertising has to comply with Directive 84/450/EEC. This international report, based upon contributions from eleven countries, is devoted to the question whether there are a priori two different standards for assessing unfair commercial practices. Is there one standard for consumers and another one for competitors? On the other hand, are the interests of all market participants too intertwined to allow different standards of fairness? More generally: Should the rules on unfair competition focus on the act as such - which, of course, must be seen against the background of alle circumstances, especially the target group - or should they focus primarily on the protection of the end-consumer or of competitors?

Industriële eigendom, Oneerlijke mededinging

Bibtex

Report{nokey, title = {Should the objectives of the rules on unfair competition be te protection of competitors, or consumers, or of other interests? How should any conflict between these objectives be resolved?}, author = {Kabel, J.}, url = {http://www.ivir.nl/publicaties/download/LIDC_International_Report.pdf}, year = {0524}, date = {2007-05-24}, abstract = {The European Directive 2005/29/EC on unfair commercial practices of May 11, 2005 regulates exclusively unfair commercial practices which are directly related to influencing a transactional decision of end-consumers and excludes all practices that are neither directed to end-consumers, nor directly influencing a transactional decision of consumers. Misleading advertising, for instance, is now judged on the basis of two different sets of regulation: the new Directive 2005/29/EC deals with "B2C"-advertising, while "B2B"-advertising has to comply with Directive 84/450/EEC. This international report, based upon contributions from eleven countries, is devoted to the question whether there are a priori two different standards for assessing unfair commercial practices. Is there one standard for consumers and another one for competitors? On the other hand, are the interests of all market participants too intertwined to allow different standards of fairness? More generally: Should the rules on unfair competition focus on the act as such - which, of course, must be seen against the background of alle circumstances, especially the target group - or should they focus primarily on the protection of the end-consumer or of competitors?}, keywords = {Industriële eigendom, Oneerlijke mededinging}, }

The Orphan Works Problem: The Copyright Conundrum of Digitizing Large-Scale Audiovisual Archives, and How to Solve it external link

van Gompel, S. & Hugenholtz, P.
Popular Communication - The International Journal of Media and Culture, num: 1, pp: 61-71, 2010

Abstract

This article examines the problem of 'orphan works' against the background of various projects for mass-digitization of audiovisual content. Orphan works are works for which the copyright owners cannot be identified or located. The fact that a particular work is 'orphaned' makes it impossible to clear the rights and to legally reutilize the work. This article describes and evaluates six different possible regulatory solutions to the orphan works problem, including extended collective licensing and compulsory licensing. The article concludes that if one wants to make the vast European audiovisual cultural heritage available for future usage, regulatory intervention is indispensable.

Auteursrecht, Intellectuele eigendom

Bibtex

Article{nokey, title = {The Orphan Works Problem: The Copyright Conundrum of Digitizing Large-Scale Audiovisual Archives, and How to Solve it}, author = {van Gompel, S. and Hugenholtz, P.}, url = {http://www.ivir.nl/publicaties/download/the_orphan_works_problem.pdf}, year = {0303}, date = {2010-03-03}, journal = {Popular Communication - The International Journal of Media and Culture}, number = {1}, abstract = {This article examines the problem of 'orphan works' against the background of various projects for mass-digitization of audiovisual content. Orphan works are works for which the copyright owners cannot be identified or located. The fact that a particular work is 'orphaned' makes it impossible to clear the rights and to legally reutilize the work. This article describes and evaluates six different possible regulatory solutions to the orphan works problem, including extended collective licensing and compulsory licensing. The article concludes that if one wants to make the vast European audiovisual cultural heritage available for future usage, regulatory intervention is indispensable.}, keywords = {Auteursrecht, Intellectuele eigendom}, }

Handelsinformatiebureaus, particuliere onderzoeksbureaus en zwarte lijsten external link

pp: 227-251, 2007

Abstract

Gelet op het huidige consumentengedrag en de ontwikkelingen in de markt, is het niet onwaarschijnlijk dat vanuit het bedrijfsleven er een groeiende behoefte blijft bestaan aan zwarte lijsten en andere informatiesystemen over negatief gedrag van particulieren en bedrijven. Het gaat bij het verwerken van dit soort informatie om de harde kern van privacyinbreuk: het verzamelen en verstrekken aan derden van meestal gevoelige informatie die bedoeld is om beslissingen over personen mogelijk te maken en die doorgaans buiten betrokkene om wordt verwerkt. De Wet bescherming persoonsgegevens bevat afzonderlijke informatieplichten voor verantwoordelijken die gegevens buiten betrokkene om verwerken, en een regeling in de wet zelf voor bijzondere gegevens; het College voor de bescherming van persoonsgegevens dient voorts voorafgaande aan de verwerking door informatiebureaus van strafrechtelijke gegevens of gegevens over onrechtmatige of hinderlijk gedrag een onderzoek in te stellen, indien die bureaus gaan werken zonder vergunning op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en onderzoeksbureaus. Voor particuliere onderzoeksbureaus die met een vergunning werken bestaat een bijzondere regeling in de vorm van een bij Ministeriële regeling voorgeschreven verplicht model voor een Privacygedragscode. Tevens is de Gedragscode voor Handelsinformatiebureaus aangescherpt. Voor zwarte lijsten bestaat een Checklist Zwarte lijsten. De wettelijke regeling en de bijbehorende rechtspraak en nadere gedragscodes worden in dit artikel geanalyseerd.

Grondrechten, Privacy

Bibtex

Other{nokey, title = {Handelsinformatiebureaus, particuliere onderzoeksbureaus en zwarte lijsten}, author = {Kabel, J.}, url = {http://www.ivir.nl/publicaties/download/handelsinformatiebureaus.pdf}, year = {0516}, date = {2007-05-16}, abstract = {Gelet op het huidige consumentengedrag en de ontwikkelingen in de markt, is het niet onwaarschijnlijk dat vanuit het bedrijfsleven er een groeiende behoefte blijft bestaan aan zwarte lijsten en andere informatiesystemen over negatief gedrag van particulieren en bedrijven. Het gaat bij het verwerken van dit soort informatie om de harde kern van privacyinbreuk: het verzamelen en verstrekken aan derden van meestal gevoelige informatie die bedoeld is om beslissingen over personen mogelijk te maken en die doorgaans buiten betrokkene om wordt verwerkt. De Wet bescherming persoonsgegevens bevat afzonderlijke informatieplichten voor verantwoordelijken die gegevens buiten betrokkene om verwerken, en een regeling in de wet zelf voor bijzondere gegevens; het College voor de bescherming van persoonsgegevens dient voorts voorafgaande aan de verwerking door informatiebureaus van strafrechtelijke gegevens of gegevens over onrechtmatige of hinderlijk gedrag een onderzoek in te stellen, indien die bureaus gaan werken zonder vergunning op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en onderzoeksbureaus. Voor particuliere onderzoeksbureaus die met een vergunning werken bestaat een bijzondere regeling in de vorm van een bij Ministeriële regeling voorgeschreven verplicht model voor een Privacygedragscode. Tevens is de Gedragscode voor Handelsinformatiebureaus aangescherpt. Voor zwarte lijsten bestaat een Checklist Zwarte lijsten. De wettelijke regeling en de bijbehorende rechtspraak en nadere gedragscodes worden in dit artikel geanalyseerd.}, keywords = {Grondrechten, Privacy}, }

De onnavolgbare nagevolgd: Over Charles Dickens en het auteursrecht external link

pp: 171-186, 2007

Auteursrecht, Intellectuele eigendom

Bibtex

Other{nokey, title = {De onnavolgbare nagevolgd: Over Charles Dickens en het auteursrecht}, author = {Kabel, J.}, url = {http://www.ivir.nl/publicaties/download/onnavolgbare_nagevolgd_spoorbundel.pdf}, year = {0710}, date = {2007-07-10}, keywords = {Auteursrecht, Intellectuele eigendom}, }

Moet er een nieuwe Aalberse opstaan? Oneerlijke handelspraktijken in B2B-verhoudingen (40) external link

IER, num: 3, pp: 143-144, 2007

Industriële eigendom, Oneerlijke mededinging

Bibtex

Article{nokey, title = {Moet er een nieuwe Aalberse opstaan? Oneerlijke handelspraktijken in B2B-verhoudingen (40)}, author = {Kabel, J.}, url = {http://www.ivir.nl/publicaties/download/IER_2007_3.pdf}, year = {0710}, date = {2007-07-10}, journal = {IER}, number = {3}, keywords = {Industriële eigendom, Oneerlijke mededinging}, }

Reclamerecht en Oneerlijke Mededinging – Ontwikkelingen in 2006 external link

IER, num: 4, pp: 203-209, 2007

Abstract

Publiekrechtelijke handhaving van consumentenbelangen, juridische reactie op digitalisering van audiovisuele media, commercialisering van audiovisuele media, co-regulering, paternalisme: dat zijn zo ongeveer de trefwoorden waarmee de wetgevende arbeid op ons terrein, zowel Europees als nationaal kunnen worden geschetst. Wil men een algemene noemer voor de ontwikkelingen, dan denk ik dat het accent vooral ligt op een actief wetgevingsbeleid met betrekking tot de inhoud van commerciële informatie, terwijl de regulering van de infrastructuur steeds meer aan de markt wordt overgelaten. Regulering van de inhoud dient ter bescherming van specifieke economische en niet-economische (gezondheid) consumentenbelangen. Liberalisering van de infrastructuur heeft betrekking op de opheffing of versoepeling van zogenaamde 'time, place and manner' beperkingen op de verspreiding van commerciële informatie.

Bibtex

Article{nokey, title = {Reclamerecht en Oneerlijke Mededinging – Ontwikkelingen in 2006}, author = {Kabel, J.}, url = {http://www.ivir.nl/publicaties/download/IER_2007_4.pdf}, year = {0912}, date = {2007-09-12}, journal = {IER}, number = {4}, abstract = {Publiekrechtelijke handhaving van consumentenbelangen, juridische reactie op digitalisering van audiovisuele media, commercialisering van audiovisuele media, co-regulering, paternalisme: dat zijn zo ongeveer de trefwoorden waarmee de wetgevende arbeid op ons terrein, zowel Europees als nationaal kunnen worden geschetst. Wil men een algemene noemer voor de ontwikkelingen, dan denk ik dat het accent vooral ligt op een actief wetgevingsbeleid met betrekking tot de inhoud van commerciële informatie, terwijl de regulering van de infrastructuur steeds meer aan de markt wordt overgelaten. Regulering van de inhoud dient ter bescherming van specifieke economische en niet-economische (gezondheid) consumentenbelangen. Liberalisering van de infrastructuur heeft betrekking op de opheffing of versoepeling van zogenaamde 'time, place and manner' beperkingen op de verspreiding van commerciële informatie.}, }

Annotatie bij Rb. ‘s-Hertogenbosch 19 december 2007 ((Verkade / Taminiau)) external link

AMI, num: 2, pp: 50-54, 2008

Abstract

Opdrachtgever die het risico draagt dat zij het in een serie geïnvesteerd bedrag niet kan terugverdienen door middel van exploitatie van de serie en die de makers heeft geëngageerd, kan worden aangemerkt als producent in de zin van art. 45d Aw.

Auteursrecht, Intellectuele eigendom

Bibtex

Case note{nokey, title = {Annotatie bij Rb. ‘s-Hertogenbosch 19 december 2007 ((Verkade / Taminiau))}, author = {Kabel, J.}, url = {http://www.ivir.nl/publicaties/download/annotatie_AMI_2008_2.pdf}, year = {0515}, date = {2008-05-15}, journal = {AMI}, number = {2}, abstract = {Opdrachtgever die het risico draagt dat zij het in een serie geïnvesteerd bedrag niet kan terugverdienen door middel van exploitatie van de serie en die de makers heeft geëngageerd, kan worden aangemerkt als producent in de zin van art. 45d Aw.}, keywords = {Auteursrecht, Intellectuele eigendom}, }